folkroddels.be

sefafolk

Nadat een eerste groot project rond de Turkse zangeres Melike Tarhan toch wel een succes bleek, en resulteerde in de CD ‘MACAR’ (Longdistance, Harmonia Mundi, 2004), besloten drie leden uit de groep, Melike zelf, naast Osama Abdulrasol en Lode Vercampt het trio TRI A TOLIA te vormen. Geen violen (dus ook geen Wouter Vandenabeele ditmaal), contrabas noch percussie binnen het nieuwe opzet, wel Turkse zang, Iraakse qanun en cello in betoverende harmonie verenigd op hun debuutalbum ‘ZUMURRUDE’.

Wie schuilt achter dit ‘Gents’ multicultureel trio? Melike Tarhan (°1978) kreeg haar eerste bad in te Turkse klassieke muziek, maar greep vervolgens terug naar haar muzikale traditie. Ze verbleef een tijdje in Berlijn, volgde er ondermeer zangles bij Claudia Herr en vatte haar studies Germanistik aan aan de Humboldt-Universiteit. Terug in Gent behaalde ze haar licentie in de Germaanse Talen en ging ze zich ook bekwamen in Indische zangtechnieken bij Mahabub Khan en klassieke zang bij Mireille Capelle. Sindsdien duikt ze op in allerlei projecten (ondermeer COMcerts 2005, OLLA VOGALA, OSAMA ABDULRASOL ENSEMBLE,…) en ook in ‘GLORIA’ het Kerstliederenproject dat Gents stadscomponist Dick van der Harst in 2007 realiseerde om de kerstmuzak uit de Gentse winkelstraten te bannen (en uitermate originele kerst- en sinterklaasliedjes ook de huiskamer binnen te voeren). Begin 2009 plant ze daarenboven een nieuwe solo-cd die ‘SKY’ zou heten.

Osama Abdulrasol (°1968), geboren in Babylon, groeide op in Kerbala, een zeer conservatieve, vooral door sjiitische moslims bewoonde stad, waar muziek verboden was, ook thuis. Hij studeerde Arabische muziek in Bagdad en klassieke gitaar in Engeland en specialiseerde zich op de qanun. Zonder zijn roots te verlaten stelt hij zichzelf open voor heel wat muzikale invloeden en dan vooral uit de Arabische, Turkse, Afrikaanse en Indische hoek, terwijl ook de jazz en de hedendaagse moderne muziek enige aanwezigheid verraadt. Naast als instrumentalist en componist heeft hij ondertussen ook als producer en arrangeur heel wat projecten (waaronder filmmuziek van Dirk Brossé) op zijn curriculum staan. In het naar hem genoemde ensemble focust hij zich op eigen composities. Voorts werkte hij reeds samen met heel onderscheiden grote namen zoals Goran Bregovic, Lula Pena, en in eigen land ook met ondermeer OBLOMOW, Sidi Larbi Cherkawi & LES BALLETS C DE LA B, …

Lode Vercampt tenslotte staat geboekstaaft als één van onze meest beloftevolle cellisten, afgestudeerd aan het Gentse conservatorium. Op zijn palmares staan ondermeer bijdragen aan IL NOVECENTO, I FIAMMINGHI, PRIMA LA MUSICA, naast samenwerkingen met GORKI, Jo Lemaire, Johan Verminnen, Dirk Blanchard, Catherine Delasalle, HET MUZIEK LOD,…

TRI A TOLIA brengt een bloemlezing van vooral eigen, door Melike, gecomponeerde nummers. Osama staat ook in voor de arrangementen. Samen met Lode gaan ze zuiver akoestisch aan de slag. Centrale gast op deze CD is ‘ZUMURRUDE’, één van de mooie prinsessen uit de sprookjes van 1001 nachten, en ons, neergevlijd op haar sofa, via haar dromen meevoert op reis door het Midden-Oosten, een pad geplaveid met de meest universele menselijke zielenroerselen, liefde, verlies, hoop,… Geen percussie op deze schijf, maar toch weet Vercampt meesterlijk een percussieve lijn te zetten door zware pizzicato’s te tokkelen op de cello, wat onmiddellijk mag blijken in de magische, donkere opener ‘Seherde bir baga girdim’, een heel mystiek, ietwat verkild liefdeslied geschreven door de 17de eeuwse bard Teslim Abdal. Trage glissandos op de cello leiden het al even sombere ‘Gel bana’ in. Op die manier vormt hij de baslijn achter het spel van zang en qanun, en beide in hun Oosterse klankenpracht nog sterker verbindend. ‘Eén moment,… en je kerfde een wonde in mijn hart’. ‘Gitm’ vat aan met een speelse dialoog in de hogere registers cello en qanun, waardoor meteen het tempo lichtjes hoger ligt dan in voorgaande nummers. De dramatiek die gelegd wordt in het refrein haalt het doek op voor de passie. ‘Vannacht wil ik ver weg gaan, om mezelf, jou en alles terug te zien,… ik zie jou niet’. Ook ‘Senin askin’ bezingt de vergankelijkheid van de liefde, in een uitermate melancholische toonzetting. Ook hier wordt de melodie gedragen door een subtiel spel tussen qanun en stem, waar de cello de bas toevoegt, om in een intermezzo even in de melodie mee in te duiken. In een instrumentale naspelimprovisatie zoekt hij vervolgens de jazzregionen op. Heel subtiele sensualiteit wordt gelegd in de titelsong ‘Zumurrude’ dat de uiterlijke kenmerken beschrijft van deze doezelende miss, waarvoor heel de wereld op de knieën gaat. Met het met ingetogen passie gezongen ‘Asik ile’ belanden we andermaal bij de zo broze liefde, waarin de tragiek toeneemt naarmate het nummer vordert en qanun en cello elkaar jachtig, haast gewelddadig gaan voortstuwen, en verwikkeld raken in een verbeten krachtmeting. ‘Mijn hart vraagt naar je, ik gaf je al mijn liefde, nu ben je echter een wensdroom geworden’. De veelzijdigheid van de qanun, en de virtuositeit van het spel van Osama, komt volledig tot uiting in het door hem geschreven ‘Hüzün’, meteen het enige volledig instrumentale nummer op deze CD. Het biedt een louterende boodschap voor eenieder die in verdriet en pijn leeft, en is opgedragen aan het Irakese volk. Als het verdriet lange tijd aansleept, wordt het een manier van leven en ga je er vanuit een ultieme overlevingsdrang toch nog een beetje geluk in zoeken. De titel van het meest speelse nummer moet wellicht toegekend worden aan het anonieme landschapsschilderijtje ‘Yemeni baglamis telli basina’, een jongedame bezingend die in de ochtenddauw, rozen plukkend in de tuin, de nachtegaal hoort zingen. Hier prikt de zon je onmiddellijk op de huid doorheen het sprankelende geklater van de qanun, opgezweept door de ritmiek vanuit de ‘cellopercussie’. Even op adem komen dus. We worden weer ernstiger met, ‘Ah bir atas ver’ ook een traditioneel lied met een universeel verhaal uit de volksmuziek,… het gemis van de geliefde tijdens de verre zeetochten. Deze schitterende schijf wordt afgesloten met het kleurrijke ‘Yeni yeni’, andermaal de liefde bezingend, en de hoop dat onze angsten geen bedreiging hoeven te gaan vormen voor onze liefdesband.

Een CD die ons overspoelt met een dramatische atmosfeer die zich nergens verliest in goedkope theatraliteit of banaal effect. Een schoolvoorbeeld van hoe met weinig ingrediënten, een stem, een qanun en een cello, een verrassende muzikale volheid kan gerealiseerd worden met schitterende (en subtiele) arrangementen die de roots soms verlaten, maar ze nooit uit het oog verliezen. Ook de gestrengheid waarmee nooit afgeweken wordt van het akoestische pad, en het strikt weren van elk hulpmiddeltje (buiten de twee instrumenten om) om een bijkomend kleurtje aan het palet toe te voegen sieren deze productie. Daarom werd wellicht bewust ook geen enkele gastmuzikant op het matje geroepen. Het resultaat is een sterk poëtisch gekruid pareltje van wereldmuzikaal vakmanschap. Niet toevallig dat ze zijn genomineerd voor de Mixed Magazine Award 2009. Een aanrader !!

Bookmark the permalink.

Comments are closed