frootsmag.com

by John Ridpath

Four years on from the entrancing album Macar, vocalist Melike Tarhan has reunited with two of her fellow musicians to form Tri A Tolia: “Turkish voice, Iraqi qanun, Belgian cello – One language”. Their stunning debut is named after the tale of merchant’s son Ali Shar in the One Thousand And One Nights. Ali falls in love with an enchanting slave girl, Zumurrude, but she is swiftly kidnapped by a Christian, and the couple spend the rest of the story in search of each other. The ancient narrative supplies the frame for the trio’s series of sad, beautiful songs about love, loss and longing.

After growing up surrounded by the classical and folk music of her home country, then studying western and Indian singing techniques in Germany, Melike’s voice brings new depth and range to the melodies of her native tongue. Seherde Bir Baga Girdim opens the album, with the band taking a characteristically menacing approach to the Anatolian love song. Another exceptional adaptation of a traditional Turkish composition, Yemeni Baglamis Telli Basina, storms along to the staccato rhythms of Lode Vercampt’s cello and Osama Abdulrasol’s frenzied, dervish-like qanun.

From the lilting melodies of Gitme to the unexpected Sturm und Drang coda of Asik Ile, the material penned by Melike and her collaborators is no less impressive. Almost entirely bare of percussion and built upon virtuosic instrumental performances, this is an album of sparse elegance and classical dynamics. No more so, perhaps, than on the instrumental Hüzün, led by Abdulrasol’s qanun and written “for the people of Iraq”. In his memoir of Istanbul, Orhan Pamuk describes hüzün as a distinct breed of sadness: “a state of mind that is ultimately as life-affirming as it is negating”. So it is with Tri A Tolia’s beautifully melancholic take on the Zummurude narrative, in which the happy reconciliation of the original story is hinted at in the music, but never reached.

Sing Out! The Folk Song Magazine

by Chris Nickson

A Turkish singer, a Belgian cellist and an Iraqi qanun (zither) player might sound like an odd combination, but it works beautifully and atmospherically on this release.

There’s only one old song, the opener “Seherde Bir Baga Girdim,” with the others composed by the musicians, but the feel is the same throughout, exploratory and passionate. With such sparse instrumentation, the magic is in the imagination of the players, and there’s no shortage of that. Singer Melike Tarhan floats like a cloud over the proceedings, but also dives into the music. It’s symbiotic as the trio trade and spark each other, a work of somewhat mysterious art that creates magic, resonating of the East without ever belonging to any specific culture.

Very highly recommended.

Infosmumuses

par Jean-Luc Matte 

S’agit-il d’un trio ou d’une chanteuse accompagnée ? A l’écoute, c’est, naturellement, la voix de Melike Tarhan que vous écouterez en premier lieu, une voix profonde et grave placée dans la poitrine, mais qu’une plage ultérieure nous fera découvrir tout aussi à l’aise dans un registre plus aigü. Une voix turque, c’est-à-dire à la porte de l’Orient et ornant donc son chant de mélismes mais avec parcimonie. Mais Melike Aarhan n’est pas qu’une voix, elle est également auteur et compositrice de la plupart des morceaux.

D’autres musiques sont signées par le musicien iraquien Osama Abdulrasol qui tient ici le qanun, cette cithare à cordes pincées orientale dont le son aigu et cristallin vient faire contrepoint au timbre profond de la voix de Melike encore renforcé par les basses du violoncelle de Lode Vercampt. Les deux musiciens nous offrent un accompagnement intelligent, sachant rester discrets lorsqu’il le faut, lorsque l’écoute doit se concentrer sur la voix de Melike, venant renforcer les variations d’expression de celle-ci ce qui n’est pas inutile car de nombreuses chansons sont un peu sur le même type de tempo très posé et, sans cela, l’ensemble pourrait paraître monotone mais, grâce à eux il n’en est rien.

Et pour ne rien perdre, le beau livret nous donne en anglais, le sens des différents textes, inspirés par le fameuse légende des Mille et une nuits..

Mazzmusikas (112)

door Dani Heyvaert 

Wie het wereldje van de folk in dit landje zo’n beetje volgt, zal niet helemaal met de ogen gaan knipperen bij het lezen van de namen van de groepsleden van dit vanuit Gent opererende trio: de Turkse zangeres Melike Tarhan is bekend van onder andere Olla Vogala en Dick van der Harst, Osama Abdulrasol komt uit Irak, werd een meester op de qanun (de klassieke Egyptische harp) en was bij ons, naast zijn eigen groep, al te horen bij Oblomow en Les Ballets C. de la B. Cellist Lode Vercampt heeft een curriculum waar onder meer I Fiamminghi, Prima la Musica, Gorki, Dirk Blanchard en Catherine Delasalle in voorkomen.

De tien liederen op deze cd zijn eigenlijk op muziek gezette dromen. Dromen van Zumurrude, één van de mooie prinsessen uit de sprookjes van 1001 nacht. Liggend op haar sofa, droomt zij van de liefde. Heerlijke, romantische poëzie, waar je niet één woord van begrijpt, maar waar je wel meteen door geveld wordt. Dat heeft alles te maken met de manier waarop de plaat is gemaakt: puur en helemaal puur akoestisch. Dat geeft alle ruimte aan stem en instrumenten die volop de gelegenheid krijgen met elkaar te versmelten en op die manier drie culturen te vermengen tot één, bijzonder fraai nieuw muzikaal gegeven. Hoezeer de achtergronden van de drie muzikanten ook verschillen, de taal van de muziek is absoluut en universeel, zoveel is duidelijk.

Resultaat is een verstillend, adembenemend mooi liederensnoer, waar je maar één keer hoeft naar te luisteren om er blijvend aan verknocht te zijn. Hoe mooi verlangen en verdriet kunnen zijn… je houdt het niet voor mogelijk, tot je deze plaat gehoord hebt. Ze kwam een tikkeltje te laat ons huisje binnengewaaid om in aanmerking te komen voor ons eindejaarslijstje van 2008, maar dat is verder geen probleem: deze zuivere pracht vindt zeker haar weg naar de oren van al wie luisteren wil.

de Volkskrant

door A.F.

Zumurrude is een nauwelijks te definiëren mix van Turks, Arabisch en westers, gecreëerd door zangeres Melike Tarhan, qanunspeler Osama Abdulrasol en cellist Lode Verkampt.

De plaat klinkt overwegend ingetogen en verstild, maar bereikt halverwege toch een onverwacht kookpunt, als de klaterende qanun (citer) in “Azk Ile” wordt opgejaagd door stuwend strijkwerk op de cello. Daarna wisselen bedachtz ame en opwindende passages elkaar af.

Bron onbekend

Gentse multiculturele muzikale meesters veroveren straks de theaterzalen met een exotisch triootje van Turkse zang, Irakese qanun en Belgische cello,…

Nadat een eerste groot project rond de Turkse zangeres Melike Tarhan toch wel een succes bleek, en resulteerde in de CD ‘MACAR’ (Longdistance, Harmonia Mundi, 2004), besloten drie leden uit de groep, Melike zelf, naast Osama Abdulrasol en Lode Vercampt het trio TRI A TOLIA te vormen. Geen violen (dus ook geen Wouter Vandenabeele ditmaal), contrabas noch percussie binnen het nieuwe opzet, wel Turkse zang, Iraakse qanun en cello in betoverende harmonie verenigd op hun debuutalbum ‘ZUMURRUDE’.

Wie schuilt achter dit ‘Gents’ multicultureel trio? Melike Tarhan (°1978) kreeg haar eerste bad in te Turkse klassieke muziek, maar greep vervolgens terug naar haar muzikale traditie. Ze verbleef een tijdje in Berlijn, volgde er ondermeer zangles bij Claudia Herr en vatte haar studies Germanistik aan aan de Humboldt-Universiteit. Terug in Gent behaalde ze haar licentie in de Germaanse Talen en ging ze zich ook bekwamen in Indische zangtechnieken bij Mahabub Khan en klassieke zang bij Mireille Capelle. Sindsdien duikt ze op in allerlei projecten (ondermeer COMcerts 2005, OLLA VOGALA, OSAMA ABDULRASOL ENSEMBLE,…) en ook in ‘GLORIA’ het Kerstliederenproject dat Gents stadscomponist Dick van der Harst in 2007 realiseerde om de kerstmuzak uit de Gentse winkelstraten te bannen (en uitermate originele kerst- en sinterklaasliedjes ook de huiskamer binnen te voeren). Begin 2009 plant ze daarenboven een nieuwe solo-cd die ‘SKY’ zou heten.
Osama Abdulrasol (°1968), geboren in Babylon, groeide op in Kerbala, een zeer conservatieve, vooral door sjiitische moslims bewoonde stad, waar muziek verboden was, ook thuis. Hij studeerde Arabische muziek in Bagdad en klassieke gitaar in Engeland en specialiseerde zich op de qanun. Zonder zijn roots te verlaten stelt hij zichzelf open voor heel wat muzikale invloeden en dan vooral uit de Arabische, Turkse, Afrikaanse en Indische hoek, terwijl ook de jazz en de hedendaagse moderne muziek enige aanwezigheid verraadt. Naast als instrumentalist en componist heeft hij ondertussen ook als producer en arrangeur heel wat projecten (waaronder filmmuziek van Dirk Brossé) op zijn curriculum staan. In het naar hem genoemde ensemble focust hij zich op eigen composities. Voorts werkte hij reeds samen met heel onderscheiden grote namen zoals Goran Bregovic, Lula Pena, en in eigen land ook met ondermeer OBLOMOW, Sidi Larbi Cherkawi & LES BALLETS C DE LA B, …
Lode Vercampt tenslotte staat geboekstaaft als één van onze meest beloftevolle cellisten, afgestudeerd aan het Gentse conservatorium. Op zijn palmares staan ondermeer bijdragen aan IL NOVECENTO, I FIAMMINGHI, PRIMA LA MUSICA, naast samenwerkingen met GORKI, Jo Lemaire, Johan Verminnen, Dirk Blanchard, Catherine Delasalle, HET MUZIEK LOD,…

TRI A TOLIA brengt een bloemlezing van vooral eigen, door Melike, gecomponeerde nummers. Osama staat ook in voor de arrangementen. Samen met Lode gaan ze zuiver akoestisch aan de slag. Centrale gast op deze CD is ‘ZUMURRUDE’, één van de mooie prinsessen uit de sprookjes van 1001 nachten, en ons, neergevlijd op haar sofa, via haar dromen meevoert op reis door het Midden-Oosten, een pad geplaveid met de meest universele menselijke zielenroerselen, liefde, verlies, hoop,… Geen percussie op deze schijf, maar toch weet Vercampt meesterlijk een percussieve lijn te zetten door zware pizzicato’s te tokkelen op de cello, wat onmiddellijk mag blijken in de magische, donkere opener ‘Seherde bir baga girdim’, een heel mystiek, ietwat verkild liefdeslied geschreven door de 17de eeuwse bard Teslim Abdal. Trage glissandos op de cello leiden het al even sombere ‘Gel bana’ in. Op die manier vormt hij de baslijn achter het spel van zang en qanun, en beide in hun Oosterse klankenpracht nog sterker verbindend. ‘Eén moment,… en je kerfde een wonde in mijn hart’. ‘Gitm’ vat aan met een speelse dialoog in de hogere registers cello en qanun, waardoor meteen het tempo lichtjes hoger ligt dan in voorgaande nummers. De dramatiek die gelegd wordt in het refrein haalt het doek op voor de passie. ‘Vannacht wil ik ver weg gaan, om mezelf, jou en alles terug te zien,… ik zie jou niet’. Ook ‘Senin askin’ bezingt de vergankelijkheid van de liefde, in een uitermate melancholische toonzetting. Ook hier wordt de melodie gedragen door een subtiel spel tussen qanun en stem, waar de cello de bas toevoegt, om in een intermezzo even in de melodie mee in te duiken. In een instrumentale naspelimprovisatie zoekt hij vervolgens de jazzregionen op. Heel subtiele sensualiteit wordt gelegd in de titelsong ‘Zumurrude’ dat de uiterlijke kenmerken beschrijft van deze doezelende miss, waarvoor heel de wereld op de knieën gaat. Met het met ingetogen passie gezongen ‘Asik ile’ belanden we andermaal bij de zo broze liefde, waarin de tragiek toeneemt naarmate het nummer vordert en qanun en cello elkaar jachtig, haast gewelddadig gaan voortstuwen, en verwikkeld raken in een verbeten krachtmeting. ‘Mijn hart vraagt naar je, ik gaf je al mijn liefde, nu ben je echter een wensdroom geworden’. De veelzijdigheid van de qanun, en de virtuositeit van het spel van Osama, komt volledig tot uiting in het door hem geschreven ‘Hüzün’, meteen het enige volledig instrumentale nummer op deze CD. Het biedt een louterende boodschap voor eenieder die in verdriet en pijn leeft, en is opgedragen aan het Irakese volk. Als het verdriet lange tijd aansleept, wordt het een manier van leven en ga je er vanuit een ultieme overlevingsdrang toch nog een beetje geluk in zoeken. De titel van het meest speelse nummer moet wellicht toegekend worden aan het anonieme landschapsschilderijtje ‘Yemeni baglamis telli basina’, een jongedame bezingend die in de ochtenddauw, rozen plukkend in de tuin, de nachtegaal hoort zingen. Hier prikt de zon je onmiddellijk op de huid doorheen het sprankelende geklater van de qanun, opgezweept door de ritmiek vanuit de ‘cellopercussie’. Even op adem komen dus. We worden weer ernstiger met, ‘Ah bir atas ver’ ook een traditioneel lied met een universeel verhaal uit de volksmuziek,… het gemis van de geliefde tijdens de verre zeetochten. Deze schitterende schijf wordt afgesloten met het kleurrijke ‘Yeni yeni’, andermaal de liefde bezingend, en de hoop dat onze angsten geen bedreiging hoeven te gaan vormen voor onze liefdesband.

Een CD die ons overspoelt met een dramatische atmosfeer die zich nergens verliest in goedkope theatraliteit of banaal effect. Een schoolvoorbeeld van hoe met weinig ingrediënten, een stem, een qanun en een cello, een verrassende muzikale volheid kan gerealiseerd worden met schitterende (en subtiele) arrangementen die de roots soms verlaten, maar ze nooit uit het oog verliezen. Ook de gestrengheid waarmee nooit afgeweken wordt van het akoestische pad, en het strikt weren van elk hulpmiddeltje (buiten de twee instrumenten om) om een bijkomend kleurtje aan het palet toe te voegen sieren deze productie. Daarom werd wellicht bewust ook geen enkele gastmuzikant op het matje geroepen. Het resultaat is een sterk poëtisch gekruid pareltje van wereldmuzikaal vakmanschap. Niet toevallig dat ze zijn genomineerd voor de Mixed Magazine Award 2009. Een aanrader !!

Parool.nl Amsterdam

door Saskia Törnqvist 

In België heerst een jaloersmakend inspirerend klimaat voor avontuurlijk ingestelde wereldmuzikanten. Al jaren wordt er door een groeiende groep musici geëxperimenteerd met muzikale kruisbestuivingen. Geregeld geldt de Vlaamse volksmuziek daarbij als ruilobject, maar steeds vaker durven musici hun thuishaven te verlaten om samen op zoek te gaan naar een nieuwe, gefingeerde volksmuziek die overal en nergens thuis is.

Neem deze cd van de in Gent gestationeerde Turkse zangeres Melike Tarhan (1978), de van oorsprong Irakese qanunspeler Osama Abdulrasol en de Vlaamse cellist Lode Vercampt. Gedrieën scheppen zij een 1001-nachtachtige atmosfeer waarin het voor chronische melancholici goed toeven is.

Die melancholie wordt gewaarborgd door Tarhans donkerbruine stemgeluid en de naar binnen gekeerde klank van Abdulrasols Arabisch gestemde qanun (citer). Bij meermalen luisteren valt op hoe de cello van Lode Vercampt een belangrijke spil is waarbij zang en qanun steun vinden. Tevens biedt die celloklank ook een sleutel voor luisteraars met westerse oren. Zelden hoor je een muzikaal crossover waarin op zo’n hoog niveau wordt gemusiceerd, met zulke originele melodische vondsten en het muzikale geheel meer is dan de som der delen.

New Folk Sounds (n°122)

door Luther Zevenbergen

Soms denk je als recensent dat je alles wel gehoord hebt, zoveel goede en slechte voorbeelden van wereldmuziek passeren de revue. Toch komt er van tijd tot tijd weer een cd voorbij die de deur open gooit naar een onbekende wereld. “Zumurrude” van het Gentse trio Tri a Tolia is zo’n cd. Zangeres Melike Tarhan werkt in deze groep samen met de qanun-speler Osama Abdulrasol (respectievelijk van Turkse en Iraakse afkomst) en cellist Lode Vercampt.

De brug die hier tussen de Turkse, Arabische en westerse muziekcultuur wordt geslagen is adembenemend. Meestal wordt er bij dergelijke crossoverprojecten een hele galerij aan instrumenten en muzikanten ingezet, die allemaal hun plekje in het totaalgeluid opeisen. Tri a Tolia kiest een totaal andere benadering, waarbij met weinig middelen en een transparante instrumentatie niet getracht wordt om nadrukkelijk de verschillen in muzikale opvatting uit te venten. Zowel de zang-als melodielijnen worden klein gehouden. De qanun creëert een basis, legt akkoorden neer, omspeelt de zang of vult de gaten. De cello wisselt pizzicato-achtige bassen met fraaie melodieën. Dit geeft zangeres Melike alle ruimte, en toch blijft ze over het algemeen vrij ingehouden zingen, waardoor de melancholie van de liederen nergens pathetisch wordt.

Zumurrude is een prachtige cd die niet speciaal fans van Turkse muziek zal kunnen boeien, maar iedere muziekliefhebber waarvoor kippenvel het belangrijkste ingrediënt van goede muziek is. Enig kritiekpunt is toch de productie. Het overdadige gebruik van galm gaat helaas wel ten koste van de klankkleur en de gedefinieerdheid van het geluid, waaronder vooral de cello lijdt.

Franceculture.com

Melike est une étoile montante de la chanson turque qui est née et habite à Gand, en Belgique. Ses goûts musicaux vont bien au-delà de la musique traditionnelle de son pays pour embrasser des sonorités originales d’Amérique latine ou d’Europe, même si elle a grandi avec la musique que ses parents avaient apporté dans leurs valises. Elle a étudié les techniques orientales et occidentales de chant, et a fondé un groupe avec son mari irakien Osama Abdulrasol. Il est derrière les fabuleux arrangements du premier album de Melike, « Macar ». Le groupe comprend un percussioniste marocain, un joueur de saz turc ainsi que des artistes flamands dans un échange équilibré et stimulant.

Radio France International

Arts. Telegraph

Thanks to forced secularisation in the 1920s and relatively early industrialisation, Turkey has a well-established “folk” tradition in the Western sense, in which privileged urbanites look to rural sounds as a source of inspiration and “authenticity”. Real traditional music, meanwhile, thrives in peasant and nomad communities.

Epitomising the former tendency, cool-voiced chanteuse Melike Tarhan draws the sounds of the ashik – Anatolia’s traditional bards – into a web of sophisticated international influences, creating a parable on the current Iraq war which makes for surprisingly soothing, meditative listening.

The ashiks’ rounded, open and surprisingly European-sounding tones fit easily with Tarhan’s breathily confiding ambient-folk manner. Her Iraqi arranger-husband Osama Abdulrasol blends the metallic jangle of the saz lute and traditional fiddle with Western strings, touches of flamenco and Brazilian rhythm in a series of vignettes telling the story of a peasant boy enlisting in the First World War. The effect is evocative rather than didactic, and an arrangement of WB Yeats’s Sally Gardens is by no means the most surprising element in this unusual andausterely beautiful album. MH